Gepersonaliseerd & volledig bedrukt vanaf 500 stuks•Gecertificeerde, duurzame materialen•Productie & levering vanaf 7 werkdagen
Help

Standaarddruksjabloon

FAQ naar het standaard drukontwerp

Maak je je design in Adobe Illustrator en wil je speciale effecten gebruiken, zoals een transparant kijkvenster of een metallic look? Dan is het standaarddruksjabloon precies wat je nodig hebt. Werk je liever in Canva, Affinity of Photoshop en heb je geen speciale effecten nodig? Gebruik dan ons vereenvoudigde druksjabloon.

Opbouw van het bestand

Download voor deze handleiding het officiële standaarddruksjabloon (geen zelf aangemaakt document, graag). Het is gemaakt voor Adobe Illustrator en werkt met meerdere lagen.

Even ter duiding: we bieden twee druksjablonen aan. Het standaardsjabloon op deze pagina is geschikt als je in Adobe Illustrator werkt of transparante of gemetalliseerde vlakken wilt ontwerpen (Toni & Martha). Werk je liever met Canva, Affinity of Photoshop en heb je geen speciale effecten nodig, dan vind je de bijpassende handleiding op de pagina van het vereenvoudigde druksjabloon.

Wil je dat je verpakking er precies zo uitziet als je voor ogen hebt? Dan is het belangrijk dat je het juiste druksjabloon (ook wel „template” genoemd) voor je verpakking kiest.

Gebruik alleen onze sjablonen, want die zijn afgestemd op onze specifieke drukeisen. Je kunt de druksjablonen hier downloaden.

Het druksjabloon van onze blokbodemzakken bestaat uit vijf vlakken: de linkerkant, de voorkant, de rechterkant, de achterkant en de bodem.

Het druksjabloon van de stazakken bestaat uit drie vlakken: de voorkant, de achterkant en de bodem.

Het druksjabloon van de vlakke zakken bestaat uit maar twee vlakken: de voorkant en de achterkant.

De druksjablonen zijn opgebouwd uit verschillende lagen. Afhankelijk van het gekozen verpakkingsmateriaal is er een vaste lagenstructuur.

Net als een mappensysteem helpen lagen je bij het beheren van losse elementen (bijv. afbeeldingen, teksten, logo's) binnen een bestand. De volgorde van de lagen bepaalt de stapelvolgorde van de elementen.

Afhankelijk van het materiaal bevat je bestand drie of vier lagen:

Bij Robin en Ben vind je de volgende lagen:

  • „Information” (stazak & vlakke zak) of „Guideline” (blokbodemzak)

  • „Keylines”

  • „Artwork”

Bij Toni en Martha vind je de volgende lagen:

  • „Information” (stazak & vlakke zak) of „Guideline” (blokbodemzak)

  • „bila-white” (stazak & vlakke zak) of „White” (blokbodemzak)

  • „Keylines”

  • „Artwork”

Je druksjabloon bevat verschillende druklijnen. Ze dienen als snijranden en bepalen het drukgebied van het bestand. Objecten (bijv. teksten) die buiten de afloop liggen, worden niet gedrukt en zijn op je bedrukte zak niet meer zichtbaar.

In onze druksjablonen voor stazakken en vlakke zakken is telkens een afloopzone van 2 mm breed (rood gestreept vlak) ingesteld.

In de druksjablonen van de blokbodemzakken is links en rechts een afloopzone (rood gestreept vlak) van 2,5 mm ingesteld en boven en onder van 5 mm.

De zogeheten „Sealing Zones” (sealgebieden) geven aan waar je verpakking tijdens de productie wordt geseald.

Onder Lettertypes, lijnen & afstanden lees je welke afstand tot de druklijnen we aanraden, zodat alles soepel verloopt bij het drukken.

Je druksjabloon bevat verschillende druklijnen die bepalen welk gebied op de verpakking wordt gedrukt.

Let bij het maken van je verpakkingsdesign vooral op afloopzones en andere uitsparingen, zoals de eurosleuf of de afgeronde hoeken, die bij het drukken worden uitgesneden.

Alle belangrijke snij- en vouwlijnen, afmetingen en sluitopties voor de productie hebben we voor je gemarkeerd in de laag „Keylines”. Geen zorgen: op je bedrukte zak is deze informatie straks niet meer zichtbaar.

Om lelijke witte randen te voorkomen, trek je de achtergrond van je ontwerp altijd door tot de buitenste rode lijn. Tijdens de productie wordt binnen de afloopzone (rood gestreept vlak) gesneden.

De oriëntatie van het bestand mag in het uiteindelijke printbestand niet worden gewijzigd. Tijdens het ontwerpen kun je het werkvlak natuurlijk naar wens draaien via „Object” en „Transformeren”. Belangrijk is dat de printgegevens in de oorspronkelijke oriëntatie worden opgeslagen en naar ons worden gestuurd.

Nee. Het is erg belangrijk dat je de volgorde, namen en het aantal lagen behoudt, zodat er bij het drukken niets misgaat. Zorg er ook voor dat alle lagen zichtbaar zijn. De enige laag die je bij het maken van het printbestand mag verwijderen, is de laag „Information”. Je design maak je uitsluitend op de laag „Artwork”.

Speciale vlakken

Voor het drukproces hebben we in onze druksjablonen voor de materialen Toni en Martha een eigen laag en kleur aangemaakt. Daarmee kun je speciale effecten maken.

In het druksjabloon van stazakken en vlakke zakken vind je een laag met de naam „bila-white” en de kleur „bila-white”.

Bij blokbodemzakken vind je de laag „White” en een kleur „White”.

Het principe is bij „White” en „bila-white” hetzelfde.

De kleur „White” of „bila-white” wordt weergegeven in een magentatint. Ze dient als witte grondlaag en wordt als ondergrond op de verpakking gedrukt.

Is de kleur „White” of „bila-white” volledig in magenta ingekleurd, dan krijgt je verpakking een grondlaag en wordt ze volledig bedrukt met je design. Ook de laag „White”/„bila-white” moet voor 100% met dit magenta gevuld zijn.

De laag „White” of „bila-white” mag in geen geval worden verwijderd.

Ook de kleur „White” of „bila-white” mag niet worden hernoemd, gewijzigd of verwijderd.

Speciale vlakken maak je door de gewenste gebieden op de laag „White” of „bila-white” opnieuw in te kleuren of te verwijderen.

Heb je gekozen voor ons verpakkingsmateriaal Toni? Dan kun je transparante kijkvensters in je verpakkingsdesign maken.

Het voordeel van transparante vlakken is dat goed gekozen doorzichtige vensters je product nog beter laten uitkomen. Je klanten krijgen al voor de aankoop een goede indruk van je product.

Wil je een transparant kijkvenster aan je verpakking toevoegen, dan moet je naast je design ook de witte grondlaag op de laag „White” of „bila-white” bewerken. Je hebt hier twee ontwerpopties:

  1. Je ontwerpt je verpakking zo dat de achtergrond grotendeels transparant is en er alleen gekleurde designelementen (logo, tekst, afbeeldingen enz.) zijn.

  2. Je ontwerpt je verpakking zo dat ze volledig bedrukt is en losse transparante elementen of vensters heeft.

Bij ontwerpoptie 1 ga je in je druksjabloon zo te werk:
Verwijder het kleurvlak uit de laag White/bila-white, kopieer alle elementen uit je design, plaats ze ook op dezelfde plek in de laag White en kleur alle elementen in met de kleur White/bila-white.

Bij ontwerpoptie 2 ga je zo te werk:
Snijd de elementen die transparant moeten worden naar wens uit op de laag White of bila-white en op de Artwork-laag.

Let op: de transparante elementen bij Toni zijn niet volledig doorzichtig.

Metallic vlakken maak je met ons verpakkingsmateriaal Martha. Ze laten je verpakking zilverachtig glanzen en geven haar een zichtbaar hoogwaardigere uitstraling.

Je maakt metallic vlakken door het vlak dat metallic moet worden, op de laag „White” of „bila-white” te verwijderen.

Alle vlakken op de laag die niet in magenta zijn ingekleurd (dat is de kleur „White” of „bila-white”), worden op je verpakking metallic.

Door de White- of bila-white-kleur weg te laten, wordt het aluminiumkleurige materiaal zichtbaar en ontstaat het metallic effect.

Ook hier heb je twee ontwerpopties:

  1. Gekleurde elementen metallic laten lijken

  2. Zilvereffect gebruiken

De metallic look krijg je door de gebieden die metallic moeten worden op de White- of bila-white-laag uit te snijden. Zo wordt je design op die plek direct op het basismateriaal gedrukt en krijgt het een metallic effect.

❗Let op: op een zwarte achtergrond is het metallic effect minder goed zichtbaar. Op het witte vlak ziet je verpakking er eerder zilverachtig uit.

Wil je het zilvereffect voor je Martha-verpakking? Ga dan op dezelfde manier te werk als bij Toni:

  • Verwijder het kleurvlak uit de laag White of bila-white, kopieer alle elementen uit je design, plaats ze ook op dezelfde plek in de laag en kleur alle elementen in met de kleur White of bila-white. Alles wat je niet hebt ingekleurd, wordt metallic.

Of:

  • Snijd de elementen die metallic moeten worden uit op de laag White of bila-white en op de Artwork-laag.

Afbeeldingen

Gebruik je afbeeldingen in je design? Dan moet je op twee dingen letten: de resolutie en het bestandsformaat.

Houd je aan onze richtlijnen, zodat de afbeeldingen op je bedrukte verpakking scherp genoeg worden weergegeven.

Gebruik bij voorkeur afbeeldingen in PSD- of TIFF-formaat. PNG of JPEG werkt ook.

Voor een overtuigend drukresultaat moeten alle afbeeldingen een resolutie van 300 dpi hebben (in verhouding tot hun grootte). Bij lagere dpi-waarden wordt het drukresultaat minder scherp. Bovendien krijg je bij het uploaden van je bestand een foutmelding van onze design controle.

Je kunt de afbeeldingsgrootte controleren in Photoshop of Illustrator. Als je een afbeelding in Illustrator selecteert, zie je linksboven in de menubalk de resolutie.

Let op: de resolutie hangt altijd af van de grootte van de afbeelding. Je afbeelding moet op de werkelijke grootte in je lay-out 300 dpi hebben.

De afbeeldingen en graphics die je wilt gebruiken, moeten in de kleurmodus CMYK staan en op de laag „Artwork” worden geplaatst.

Verplaats je een afbeelding naar een andere map op je computer, dan krijg je een foutmelding. Een rood symbool laat zien dat je afbeelding niet meer gekoppeld is. Zorg er daarom voor dat alle afbeeldingen in het document zijn ingesloten, voordat je je definitieve design uploadt in je accountomgeving.

Werkende EAN-codes zijn erg belangrijk voor snelle identificatie in de winkel. Wil je je klanten extra informatie bieden of naar je website leiden, dan is een QR-code handig. Plaats beide codes het liefst als vectorbestand op de laag „Artwork”, zodat je ze onbeperkt kunt schalen.

Heb je de QR- of EAN-code alleen als PNG-bestand? Let dan op een voldoende grootte. Gebruik je PNG's, dan moet je de codes na het plaatsen insluiten.

Kleuren & speciale kleuren

CMYK staat voor de kleuren cyaan (blauw), magenta (rood), yellow (geel) en key (zwart). Omdat je verpakking wordt bedrukt, is CMYK de juiste kleurmodus.

Zorg ervoor dat het document en alle kleuren daarin in de CMYK-kleurmodus staan. Dat kun je in Illustrator en InDesign controleren via Bestand > Documentkleurmodus > CMYK-kleur.

Gebruik je Pantone, dus speciale kleuren, in je ontwerp? Dan moet je die omzetten naar de kleurmodus CMYK.

Een speciale kleur is een drukinkt die naast de basiskleuren wordt gebruikt. De term omvat zowel speciale kleuren voor extra kleurdiepte als effectkleuren.

Heb je gemerkt dat een van je kleuren niet in CMYK-modus staat en dus een speciale kleur is? Zet dan bij die kleur het kleurtype op „Proceskleur” en de kleurmodus op CMYK.

De inktdekking, ook wel Ink Coverage genoemd, bepaalt hoeveel inkt er op bepaalde plekken van een drukwerk wordt aangebracht.

Een te hoge inktdekking kan de drukkwaliteit verslechteren of motieven laten uitlopen.

Houd daarom rekening met de maximale inktdekking.

De limiet voor de inktdekking (Ink Coverage) ligt op 380%, inclusief de bila-white-laag. Die telt voor 100%.

Is de inktdekking in je printbestand lager dan 280%, dan wordt er 100% bila-white toegevoegd. Zo blijft de totale dekking onder 380%.

Je kunt de inktdekking controleren met tools zoals Adobe Acrobat via Alle tools > Drukproductie gebruiken > Uitvoervoorvertoning.

In Photoshop en Illustrator kun je de inktdekking verlagen met de schuifregelaars van de betreffende kleuren.

Wil je zwart gebruiken in je verpakkingsdesign? Voor verpakkingsdruk raden we aan om zwart als 100% (K) zwart aan te maken, als „diepzwart”.

Lettertypes, lijnen & afstanden

Om teksten op je verpakking goed leesbaar te houden, moet de lettergrootte minstens 6 pt zijn. Dat komt overeen met 2,1 mm.

Let op: hoe groot een tekst oogt, hangt af van het gekozen lettertype. Verschillende lettertypes kunnen bij dezelfde puntgrootte dus verschillend groot lijken.

Houd je daarnaast aan de minimale lijndikte:

  • Bij donkere lijnen op een lichte achtergrond stel je de dikte in op minstens 0,25 punt.

  • Lichte lijnen op een donkere achtergrond moeten minstens 0,5 punt dik zijn.

In je druksjabloon hebben we de zogeheten „afloopzone” rood gearceerd aangegeven. Dit gebied wordt tijdens de productie van je verpakking afgesneden.

Maak het bestand zo aan dat je design en de White- of bila-white-laag (alleen bij Toni & Martha) volledig over dit gebied doorlopen. Is dat niet zo, dan kunnen er witte randen bij de snijranden ontstaan.

Let er wel op dat je nooit teksten of belangrijke afbeeldingen (zoals EAN-codes of keurmerken) in dit gebied plaatst, want die kunnen worden afgesneden. We raden je daarom aan om je designelementen op 2 mm (stazak & vlakke zak) of 2,5 mm (blokbodemzak) van de snijrand te plaatsen.

Anders dan de afbeeldingen in je design, mogen je lettertypes in geen geval worden ingesloten. Vermijd dus het insluiten van lettertypes. Bestanden met ingesloten lettertypes kunnen we helaas niet verwerken.

Ben je klaar met je design? Zorg er dan voor dat alle lettertypes naar contouren zijn omgezet. Zo voorkom je dat lettertypes of lettertypekoppelingen ontbreken en er bij het drukken problemen ontstaan.

Zo zet je tekstvakken om in Adobe Illustrator of InDesign:

  • selecteer alle teksten, ga in het hoofdmenu naar „Tekst” en klik op „Contouren maken”

Belangrijk: dit moet de laatste stap zijn voordat je het bestand in je accountomgeving uploadt en vrijgeeft voor druk. Sla voor de zekerheid eerst een back-up van je bestand op. Want: zodra de teksten naar contouren zijn omgezet, kun je ze niet meer bewerken.

Exporteren van de printgegevens

Zo exporteer je je definitieve design in Adobe Illustrator:

Ga in het hoofdmenu naar Bestand → Opslaan als.

Je kunt het bestand lokaal op je computer opslaan of in de cloud van Adobe. Kies daarna Adobe PDF als bestandstype en geef het bestand een duidelijke naam. Noem in de naam ook de gekozen verpakkingsvorm (blokbodemzak, stazak of vlakke zak) en het materiaal (Martha, Toni, Robin of Ben). Klik daarna op Opslaan.

In het venster dat nu opent, kies je bij Adobe PDF-voorinstelling de instelling „Illustrator Standaard”. Dan weet je zeker dat alle andere instellingen kloppen en hoef je verder niets te kiezen.

Kleine tip: is je bestand groter dan 50 MB, dan kun je het verkleinen. Een gecomprimeerd bestand upload je bovendien sneller in je accountomgeving. Gebruik bij het comprimeren de volgende instellingen (zie afbeelding):

Ga in het menu naar Bestand → Adobe PDF-voorinstellingen → PDF/X-4:2008.

In InDesign moet je daarnaast de volgende instellingen kiezen, anders gaan de lagen die we hebben aangemaakt verloren en ontstaan er fouten bij het drukken:

  • Opties → „Acrobat-lagen maken” aanvinken

  • Lagen exporteren: Alle lagen

Let op: gebruik je onze druksjablonen in InDesign, dan moeten de lagen en kleuren precies zo heten als in onze sjablonen.

Kies daarnaast onder „Tekens en afloop” bij de afloop de optie „Afloopinstellingen van document gebruiken”.

Ook bij het opslaan van je printbestand in InDesign geldt: geef je bestand een duidelijke naam. Noem daarin ook de gekozen verpakkingsvorm (blokbodemzak, stazak of vlakke zak) en het materiaal (Martha, Toni, Robin of Ben).

Je design of je definitieve printbestand kun je al tijdens het bestellen uploaden: in de winkelwagen of bij het afrekenen.

Heb je je bestelling al geplaatst? Upload het design dan in je accountomgeving. Log hiervoor in bij Packiro. Op de pagina met je bestellingsoverzicht zie je onder „openstaande taken” dat je voor je huidige bestelling nog designs moet uploaden. Klik gewoon op „Nu uploaden”. Je kunt het bestand ook uploaden onder „Bestellingen” bij het betreffende bestelnummer.